Sensorische Integratie
Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen.

De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensorische integratie genoemd. Kinderen maken hier bijvoorbeeld gebruik van bij het spelen.
ZINTUIGEN
Bij sensorische integratie neemt het voelen van aangeraakt worden en bewogen worden en het voelen in welke houding je je bevindt en welke bewegingen je maakt, een belangrijke plaats in.

Het belang dat aan een goed gebruik van deze zintuigen wordt gehecht voor de ontwikkeling van een kind, is terug te voeren op de rol die zij spelen bij het handhaven van evenwicht en stabiliteit.
Het handhaven daarvan heeft altijd voorrang boven het uitvoeren
van andere activiteiten.

De verschillende manieren van voelen werken hierbij nauw samen, maar hebben in dit proces een andere functie.
sterke impulsen
Door op de buik te liggen in de hangmat worden sterke impulsen naar nek, schouder- en rugspieren gestuurd. Het gevolg is dat de besturing van ogen en handen beter gaat werken. Omdat tastprikkels een belangrijke basisfunctie voor de fijne motoriek vormen wordt hier gewerkt met scheerschuim en verf. Zo worden vier zintuigen tegelijk gestimuleerd.

1. Het voelen van een aanraking of het tastgevoel.

Het tastzintuig bevindt zich vooral in onze huid. Hierdoor kunnen we voelen wanneer we aangeraakt worden en voelen of iets warm of koud is en hard of zacht. Ook of het prettig is om door iemand te worden aangeraakt, maar ook of de grond stevig genoeg is om op te staan. Dit gevoel wordt ook wel tactiele informatie genoemd

2. Het voelen van een beweging of het evenwichtsgevoel.

De informatie van het evenwichtsorgaan, dat zich vlakbij de oren in ons hoofd bevindt, noemen we het evenwichtsgevoel. Dit orgaan informeert ons over de stand en de bewegingen van het hoofd. Hierdoor waarschuwt het evenwichtsorgaan als we dreigen te vallen. Bijvoorbeeld bij het struikelen over een losse stoeptegel. Dit gevoel wordt ook wel vestibulaire informatie genoemd.

3. Het houdings- en bewegingsgevoel.

Deze informatie is afkomstig uit zintuigcellen in onze spieren en gewrichten. Hierdoor krijgen we vooral informatie over de houding van ons lichaam en de manier waarop wij zelf bewegen. Dit gevoel wordt ook wel proprioceptieve informatie genoemd.

Kinderfysiotherapie Santpoort | Crocusstraat 1d, 2071 NW SantpoortNoord  |  Tel. 023 539 59 67 | info@kinderfysiotherapiesantpoort.nl

Copyright © 2018 Alle rechten voorbehouden. Ontwerp en realisatie: Creative Formula | Privacy regeling